28 Belfort naar Dasle

Van de Vogezen naar de Jura

We gaan even smokkelen met het lopen: voor vandaag staat een lange tocht gepland en het is geen leuk begin, de grote stad uit langs een aantal snelwegen en al om acht uur is de temperatuur tegen de 30 oC. Nou, dan eerst even 10 km met de bus. We sturen weer de sms en gaan naar een plek waar we over kunnen stappen. Daar is een controleuse bezig. Die kijkt naar ons bericht dat we een sms hebben verstuurd en zegt: ja maar daar moet een antwoord op komen en dat gaat niet bij buitenlandse telefoons. Oh zeggen wij. Ze kijkt ons aan en vraagt: waar gaan jullie heen? We zeggen: naar het zuiden lopen. En we komen niet terug. Prettige vakantie, zegt ze. De bus die we nemen gaat naar het TGV station, dat ligt ver buiten Belfort. Duurt ook best lang, dan gaat de bus nog even wat verder en we stappen uit. In Chatenois. We lopen door een gewoon Frans dorpje, langs de weg naar het volgende dorp op de helling, Nommay. In dat dorp gaan we richting van het dal, waar alle wegen, kanalen en sporen lopen. Dat doen we langs een recreatiegebied bij een aantal meren. Het is druk, met die hitte. Er wordt geroeid in grote boten, gezeild en gezwommen. We drinken wat bij het cafeetje bij de zwemplas. Dan over de snelweg heen en langs een kanaal op weg naar het bos dat het begin van de Jura is.

 

Het is snikheet, we lopen van boom naar boom. In het kanaal is het ook tropisch, helder water, veel visjes en mooie waterplanten. Al weer van die scholen zwarte visjes, nu ziet Frank dat ze bewaakt worden door een ouder die daaronder de wacht houdt: het is een meerval. We lopen een stuk langs dit kanaal en steken dan door naar een ander kanaal, alleen kruisen ze elkaar niet op dezelfde hoogte! Nu nog een eindje langs een industrieterrein en dan richting bos. Open bos, veel populieren. We komen langs een struktuur die ik op de kaart geheimzinnig vond. Het blijkt een grote composteerinrichting te zijn. Langzaam wordt het bos dichter en komen we ook net wat hoger. Best te lopen, ondanks de hitte. Dan afdalen naar Dasle.

 

Vandaar gaat een bus naar een voorstadje van Monbéliard, genaamd Audincourt. Hier is zo’n Asterixbuurt: alles heet hier Court, Herimoncourt, Seloncourt, Audincourt, Vernoncourt. In Audincourt moeten we nog een stukje lopen, langs een Peugeotfabriek. Frank wordt lopend op de stoep bijna ernstig aangereden door iemand met slechte beheersing van haar auto: rijdt tegen de stoeprand aan en dan van schrik er gewoon op. Hij springt opzij. Die vrouw rijdt natuurlijk gewoon weg! Overstuur lopen we naar het motel waar we gaan overnachten. Moeilijk te vinden op het industrieterrein. Maar als we er dan zijn is het best lief: aldoor 3 huisjes aan elkaar. We hebben geen airco, maar de ramen kunnen wel wijd open. Eerst maar eens douchen, proberen te ontspannen in de hitte. Dan lopen we wat in het rond, tot het tijd voor avondeten is. Best lekker, alleen is het zo heet. Dan onweer in de nacht.

25 km, 50% asfalt, lang stuk vrij saai bos. Echt een tussenetappe