Van Calvi d’Umbria naar Selci

 

Anne’s voeten doen nog veel pijn, dus we moeten een bus of een taxi zoeken. Ik kijk vast eens bij de bushalte, maar de bus gaat naar Terni, grote stad, dus logisch, maar de verkeerde kant uit. We zitten ook net nog in Umbria en gaan naar Lazio. De bazin zou Anne best weg willen brengen, maar ze heeft de auto vandaag niet en wel een klein kind. Dat snappen we. Er is ook geen taxidienst, maar ze kent wel iemand en die wil Anne wel gaan brengen.

De man komt na een tijdje en brengt Anne naar La Vecchia Quercia, een agriturismo waar ze echt hun best doen om de pelgrims een mooi verblijf te geven. Dus ze wordt hartelijk ontvangen, mag meteen naar de kamer en lekker overal een beetje rondkijken. Tussen de middag maken ze lekker groentes klaar.

 

Intussen ga ik op pad, omlaag vanaf het dorp over alle treden naar de autoweg. Dan een stukje vlak, daarna de enige steile klim van de dag. Daarna is het eerst een heel stuk over een heuvelrug, met goed uitzicht. Onder in het dal ligt een piepklein stadje, Fianello, toch al weer op een kleine verdedigbare rotspunt. Net daar voorbij staan een paar honden me verontwaardigd op te wachten en ik hoor dat ze schapen bewaken. Ik denk: zal ik het zijweggetje nemen? Maar dat leidt nergens heen. Dan toch maar terug. Er staat een man bij de schapen, ik vraag of ik er voorbij mag en hij roept de honden toe dat ze hun gemak moeten houden. Ik loop er langs. Dan steil naar beneden een dal in, mooi dal en dan weer omhoog. Het pad loopt langs een bosrand. Aan de andere kant is een everzwijnenreservaat, staat op een bordje. Mijn weg wordt een soort balanceeract tussen watergeulen. Ietwat modderig kom ik op een asfaltweg.

 

Nu is het volgende doel Vescovio, een oude Romeinse nederzetting met een vroegromaanse kerk. Maar daarvoor kom ik in Borgonuovo aan een wat grotere weg. Eerst maar eens wat drinken, en dan nog een herhaling in een klein cafe. Vescovio is echt mooi, helemaal in het niets een kathedraal. De resten van de nederzetting Forum Novum worden langzaam opgegraven. Er is nog altijd een bisschop, maar geen bisdom meer. De inwoners zijn later naar Selci gevlucht. Er is ook een restaurant en een bar, de wandelaars van vandaag maken daar een stop voor of na het kerkbezoek.

 

Ik loop relatief vlug weer verder om naar Anne te gaan. Het is nog maar een paar kilometer, ik heb niet goed gekeken hoeveel klimmen, het is 100 meter, maar voelt als heel veel. Ook ik wordt hartelijk ontvangen, in de avond eten we werkelijk veel te veel, omdat we allemaal extra hapjes krijgen. En de baas laat ons de vuurvliegjes zien. Heel mooi. Ik kan niet slapen van de volle maag, hoor dat het begint te regenen. Als ik er op het balkon naar ga kijken, vliegen de vuurvliegjes onder me.